Amsterdam, 24 augustus
Zeven supporters gewond door vuurwerk Feyenoord-fans. Waarom werd de wedstrijd uitgespeeld?
Het vuurwerkgeweld bij Cambuur-Feyenoord legt de protocollen van de KNVB opnieuw onder een vergrootglas. Waarom werd de wedstrijd uitgespeeld?
nieuwsredacteur
Het nieuwe eredivisieseizoen is nog geen maand oud of het eerste geval van geweld door fans heeft zich alweer aangediend. De wedstrijd tussen Cambuur en Feyenoord, afgelopen zondag in Leeuwarden, werd ontsierd toen een grote groep Feyenoord-supporters vanuit het uitvak vuurwerk naar de Cambuur-tribunes gooide. Zeven Cambuur-fans raakten daarbij zelfs gewond; initieel werd gesproken over vijf slachtoffers. Over hun identiteit of de ernst van hun verwondingen, konden de betrokken clubs nog niets zeggen.
Cambuur wil de daders laten vervolgen, zo liet de club maandag weten. Feyenoord werkt daaraan mee, en onderzoekt naar eigen zeggen grondig ‘hoe het zondag zo mis kon gaan’. Hoewel het geweld ervoor zorgde dat de wedstrijd tijdelijk gestaakt werd, werd besloten het treffen wel uit te laten spelen; Feyenoord won uiteindelijk met 2-5. Dat besluit zorgde voor verontwaardiging, maar de KNVB past de reglementen voorlopig niet aan.
Twee maten
Scheidsrechter Danny Makkelie zei zondag dat hij het protocol er tijdens het staken van het duel ook op had moeten naslaan. Daarin stond, zo legde hij uit aan de NOS, dat de regel dat een wedstrijd definitief gestaakt wordt wanneer iemand wordt geraakt door een projectiel vanaf de tribunes alleen geldt voor spelers, trainers en officials, en expliciet niet voor supporters. Hij gaf aan dat hij als mens graag zou zien dat de regel wordt uitgebreid, maar dat hij op dat moment als arbiter geen andere keuze had dan de voorschriften na te leven.
De KNVB gaf aan dat protocol te heroverwegen, maar liet maandag weten dat de regels voorlopig hetzelfde blijven. ‘Het protocol dat in dit verband in de media ter sprake kwam, betreft alleen de veiligheid op het veld van spelers, staf en officials’, aldus de voetbalbond in een verklaring. ‘Dat domein is de verantwoordelijkheid van de scheidsrechter en het competitiebestuur betaald voetbal. Ten aanzien van de veiligheid in en rond een stadion zijn ook andere partijen verantwoordelijk. Afspraken op dit gebied worden gezamenlijk genomen.’
Discussie over straffen
De politie doet pogingen om te achterhalen welke personen verantwoordelijk zijn, en krijgt daarbij steun van de clubs. Mochten er daders gepakt worden, dan kunnen zij waarschijnlijk op een stadionverbod rekenen. Ook strafrechtelijke vervolging is een optie. Maar zoals altijd wanneer supportersgeweld het voetbal domineert, laait ook nu de discussie over verdere straffen en maatregelen weer op.
Normaliter gaat het daarbij om boetes voor de clubs in kwestie (in dit geval Feyenoord) en een tijdelijke beperking van het aantal toeschouwers. Zo kan de KNVB bijvoorbeeld besluiten om uitsupporters van Feyenoord de komende tijd te weren, of om de tribunes bij thuisduels (gedeeltelijk) leeg te houden. Ook de lokale veiligheidsdriehoeken hebben daar iets over te zeggen, al is het buiten de deur houden van de fans van een specifieke club een zeer uitzonderlijke maatregel.
Engelse voetbalwet
Wat Van der Ende betreft, is het allemaal niet toereikend genoeg. “Dit soort supportsgeweld is nog altijd een probleem, ook al worstelen we er al heel veel jaren mee.” Hij zou graag zien dat de politiek met een speciale voetbalwet komt, naar Engels voorbeeld.
“In Engeland en Wales kunnen hooligans die zich misdragen hebben, verplicht worden om zich voor aanvang van bepaalde wedstrijden fysiek bij de politie te melden”, licht hij toe. “Zo kan worden verzekerd dat ze niet aanwezig zijn in of rondom het stadion.” Ook kan justitie in die landen tijdelijk de paspoorten van veroordeelde hooligans innemen om te voorkomen dat ze naar het buitenland reizen om bijvoorbeeld een WK of EK bij te wonen.
Aan draagvlak voor zo’n wet is geen gebrek, ziet ook Van der Ende. “Iedereen die je hierover spreekt, zal zeggen: er móét echt iets gebeuren.” Maar zoals wel vaker staan tussen droom en daad ook hier praktische bezwaren in de weg. “Wat handhaving en mankracht betreft, kan het een behoorlijke puzzel zijn voor de autoriteiten om dergelijke wetgeving ook echt in de praktijk te brengen”, weet Van der Ende. Die puzzel lijkt voorlopig nog niet te kunnen worden gelegd.